Dartbord ophangen: de juiste maten
Een dartbord ophangen volgens de officiële maten: 1,73 meter tot de bull, 2,37 meter tot de oche, en de verlichting die het verschil maakt.
Een bord dat drie centimeter te hoog hangt, verpest elke vergelijking met een partij op tv.
Een dartbord ophangen lijkt een kwestie van een spijker en een goed gevoel. Toch is het de enige stap waar echt niets aan mag worden veranderd, want de hele sport is op twee maten gebouwd. Wie ze niet aanhoudt, traint een worp die op elk officieel bord mis is. En wie in een zaal een bord ophangt, krijgt gegarandeerd iemand langs die het nameet.
De twee maten die tellen
De eerste maat is de hoogte: het midden van de bull hangt op 1,73 meter boven de vloer. Gemeten vanaf de vloer waarop de speler staat, niet vanaf een verhoging of een mat. De tweede maat is de afstand: van de voorkant van het bord tot de werplijn, de oche, is het 2,37 meter, horizontaal gemeten. Die twee getallen liggen internationaal vast en zijn de reden dat een worp overal ter wereld hetzelfde voelt.
Er is een derde controle die je meteen kunt doen: de diagonaal van het midden van de bull tot de achterkant van de oche moet ongeveer 2,93 meter zijn. Klopt die diagonaal, dan kloppen hoogte en afstand samen. Het is de snelste manier om te controleren of een bord goed hangt zonder alles opnieuw op te meten.
- Midden van de bull: 1,73 meter boven de vloer.
- Voorkant bord tot achterkant oche: 2,37 meter horizontaal.
- Diagonaal bull tot oche: ongeveer 2,93 meter als controle.
- De twintig staat boven, herkenbaar aan het donkere vak met de smalle triple erin.
De muur eromheen
Een pijl die misgaat, komt in de muur. Daarom hoort er een omranding om het bord, van kurk, vilt of een kant en klare surround. In een zaal is dat geen luxe: zonder omranding zit de muur binnen een half jaar vol gaatjes en springt een misser terug de zaal in. Een dartmat op de vloer beschermt de vloer en markeert meteen de oche, wat scheelt in discussies.

Licht is het halve werk
Het grootste verschil tussen een bord dat prettig speelt en een bord dat frustreert, is verlichting. Een lamp recht boven het bord werpt schaduw van de speler over het doel; een lamp achter de speler doet hetzelfde. Wat werkt is licht van boven en van opzij, of een ring die om het bord heen zit en van binnenuit schijnt. Het doel is een bord zonder eigen schaduw, waarbij de smalle triple-ring duidelijk zichtbaar blijft.
Ruimte achter de oche
Een fout die pas opvalt als de zaal vol staat: er moet ruimte achter de werplijn zijn. Een speler stapt terug om te richten, en wie tegen een tafel aan staat, gooit anders. Reken op minstens een meter vrije ruimte achter de oche, en zorg dat er geen looproute langs het bord loopt. Een zaal waar mensen langs de werplijn naar het toilet lopen, krijgt vroeg of laat een pijl in de rug van iemand.
Waarom precisie hier loont
Wie thuis of in de zaal op de exacte maten oefent, kan zijn worp één op één vergelijken met wat op tv gebeurt. Dat maakt het kijken leuker: je voelt hoe klein die triple twintig werkelijk is, en waarom een serie van drie in dat vak zo bijzonder is. De telling waar dat allemaal om draait staat in de uitleg van de dartsregels, en de spelvormen om er met een groep mee te oefenen in het overzicht van dartspellen. Voor een zaal die er een vaste avond van maakt, is het dossier over de cafédartclub de volgende stap.